Han Zondag nog vol levenslust

Een middagje op bezoek gaan bij de 94-jarige Briellenaar Han Zondag is zonder meer een plezier. Hij is nog uitermate goed bij de tijd en kan over alles meepraten. Hij was in zijn lange leven actief bij de Belastingdienst, bij de voetbalvereniging WitRoodWit, de katholieke kerk, de Gidsengroep Brielle en hij richtte zelfs een volleybalclub op. Een afspraak maken met Han is geen sinecure, want hij heeft bepaald geen lege agenda. Zo is hij elke donderdagmiddag nog te vinden op de bridgeclub in De Infirmerie. Maar vorige week was er dan toch een gaatje in de agenda.

BRIELLE - Bij binnenkomst vraagt Han of er koffie of thee moet zijn, maar we raken direct zo aan de praat dat de thee nog een uur op zich laat wachten. Hindert niet, want het is in een mum van tijd oergezellig. Het gesprek gaat direct over hoe alles in de loop der tijd veranderd is. Daar kan hij, geboren op 2 november 1924 in Dordrecht, natuurlijk als geen ander over meepraten. "Veranderingen zijn niet tegen te houden en dat is maar goed ook", kopt hij gelijk in, om even later te belanden in de Zwarte Pietendiscussie en wat die zoal teweeg brengt. Hij komt ook gelijk terecht bij voetbal, zijn favoriete sport. Die heeft hij altijd met veel plezier beoefend en als juniorleider heeft hij bij WitRoodWit het nodige betekend. Maar nu vindt hij er niets meer aan. "Voetbal is tegenwoordig geen sport meer, het gaat alleen om geld. Geen wonder dat bepaalde clubs kampioen worden, ze kopen peperdure voetballers die andere clubs zich soms niet kunnen veroorloven. Nee, dan hoeft het voor mij niet meer."

Jeugd

Maar eerst even terug naar de jeugd van Han Zondag. Die was bepaald niet gelukkig. Zijn biologische vader heeft hij nooit gekend. Die was al weg bij zijn moeder toen hij geboren werd. Zijn stiefvader vervulde nooit een echte vaderrol, ook niet voor zijn oudere broer Bertus met wie Han altijd een heel goede band heeft gehad tot hij vijf jaar geleden overleed. Op 10-jarige leeftijd kwam Han met moeder, stiefvader en broer naar Brielle. Hij ging als rechtgeaarde katholieke jongen, die af en toe misdienaar was als ze er een te kort kwamen, natuurlijk naar de Sint-Leonardusschool. Daar kwam hij in de klas bij zuster Gonzaga. Han ziet haar zo nog voor zich: "een lieve zuster die het beste met de kinderen voorhad. Ze probeerde me voor te bereiden op de hbs, maar mijn ouders beslisten anders. Het werd de mulo." Die doorliep hij moeiteloos, hij herinnert zich nog dat er toen hij slaagde nog geen kus van zijn moeder inzat. "Ik kreeg een kopje thee. Ik heb als kind sowieso nooit een arm om me heen gevoeld. Toen ik bij WitRoodWit voetbalde, vroegen mijn moeder en stiefvader ook nooit of ik gewonnen of verloren had." Zondag relativeert enigszins: "Ik weet wel dat ouders vroeger over het algemeen niet zo knuffelachtig waren als tegenwoordig, maar bij mij thuis was de verhouding wel erg koel."
Met het mulo-diploma op zak, moest er natuurlijk een baan worden gezocht. En dat viel niet mee in de crisistijd. Han fietste heel Voorne-Putten af en kwam uiteindelijk terecht bij een hypotheekverstrekker in Nieuwenhoorn. Daar deed hij een paar maanden 'wat klusjes' om vervolgens kassier te worden bij de Boerenleenbank in dezelfde plaats. Inmiddels was de oorlog uitgebroken en Han wilde liever een baan in overheidsdienst omdat hij dan niet naar Duitsland zou hoeven. Hij belandde kortstondig bij de Distributiedienst in de Venkelstraat in Brielle, maar kreeg in 1943 bericht dat hij toch naar Duitsland moest. Hij ging samen met Willy Rijnders, die hij al kende van zijn werk in Brielle. Na eerst na een lange reis met de trein in een grote hal in Frankfurt beland te zijn, kwamen de mannen in Wallau an der Lahn terecht. Daar zat Han achter een revolverdraaibank, waar hij afwisselend met een Russin een 12 uursdienst draaide en de zaak veelvuldig saboteerde door niet alle vereiste gaten te boren. Zondag heugt zich heel goed hoe zijn op de mulo opgedane talenkennis hem van pas kwam. Bevrijd door de Amerikanen, belandde hij in een hospitaal in Maastricht om vervolgens na enige tijd in Brielle terug te keren. "Zelfs toen was er thuis geen warm onthaal."

Belastingdienst

Hoewel Han liever sportleraar was geworden, ging hij aan de slag bij de Belastingdienst. Daar werkte hij 40 jaar met veel plezier. "Het was een hele leuke tijd en ik heb er fijne contacten aan overgehouden. Ook nu nog." Hij leerde zijn vrouw Lenie van der Hoek, een gereformeerd meisje uit Nieuw-Helvoet, kennen toen hij 25 was. Om met hem te kunnen trouwen, moest ze rooms-katholiek worden. "Het was voor haar kiezen of delen, het mooiste is dat ze roomser werd dan ik", vertelt hij lachend. Han trouwde op 27-jarige leeftijd en samen met Lenie kreeg hij drie dochters Janneke, Wilma en Corina. Dan stokt het gesprek even, want dochter Janneke overleed plotseling. "Daar kom je als ouder nooit overheen, het is zo onnatuurlijk om een kind weg te moeten brengen."
Gelukkig is er ook na het overlijden van Lenie op 9 november 2013 nog altijd contact met de dochter van Janneke en met haar vroegere echtgenoot. Ook is er veelvuldig contact met Wilma en Corina wier namen met telefoonnummers levensgroot geschreven bij de telefoon liggen. Kleinzoon Robbert-Jan heeft een dezer dagen helemaal voor een grote verrassing gezorgd. Die bereidt Tweede Kerstdag voor hem een kerstdiner bij hem thuis en dan mag hij ook nog een man en een vrouw uit het Gasthuis uitnodigen. "Is dat niet geweldig?" Han Zondag straalt. Ook als hij over zijn verleden als stadsgids praat, straalt hij van oor tot oor. Is hij wel eens boos? "Jazeker, toen de bibliotheek uit het Arsenaal vertrok. Heel erg boos."

Klaas Schipper

 

Meer berichten